Conferentie Innovatiekracht Onderwijs

Tussen cruiseschepen en toeristen vormde de Passenger Terminal Amsterdam donderdag 4 juni het toneel van innovatie in het onderwijs. Ruim 200 onderwijsvernieuwers uit het hele land kwamen bijeen om kennis en ervaringen met elkaar te delen.

Het congres stond in het teken van de innovatiekracht van scholen en besloeg de gehele dag. Naast een introductie op het thema Innovatie door Alexander Rinooy Kan (voorzitter Sociaal Economische Raad) en een dialoog met best practices uit het onderwijsveld, informeerde minister Ronald Plasterk de aanwezigen in de middag over de Maatschappelijke Innovatie Agenda. De deelnemers konden zowel in de ochtend als gedurende het middagprogramma een werksessie volgen. Hierbij had men de keuze uit zeven sessies:

  1. InnovatieImpuls
  2. Onderzoek: verzamelen van evidence
  3. Ondersteuning innovatie
  4. Open leermiddelen
  5. Stelsel, zit dat goed in elkaar?
  6. Scholen leren van elkaar
  7. Leren van innovatie binnen andere sectoren

* In de beschrijving van deze conferentie, zijn niet alle werksessies uitgewerkt. De werkessies 1, 2, 6 en 7 vindt u verderop in dit verslag.

Innoveren is overleven
In de toespraak van Alexander Rinnooy Kan vergeleek hij de onderwijsvernieuwers met Richard Wagner, een vernieuwer in de muziek die pas laat erkenning kreeg voor zijn werk. “Erkenning van vernieuwing laat vaak lang op zich wachten. Zie deze dag alvast als een beloning.”
Vervolgens sprak hij over een bekend probleem van veel innovatieve koplopers. “Niemand is tegen innovatie, zolang het maar geen verandering betekent.” De noodzaak van innovatie staat echter voorop, aldus Rinnooy Kan. “Innoveren is overleven”. Zijn advies luidde daarom dat onderwijs meer ruimte moet krijgen voor innovatie.

Miljoenen voor innovatie
Graag had minister Plasterk het tijdens de conferentie willen onthullen, maar de Volkskrant was hem die ochtend voor geweest. Experimenten op het gebied van innovatie in het onderwijs worden de komende jaren gestimuleerd met een bedrag van 20 miljoen euro. Zijn boodschap luidde: “Durf te experimenteren. Het mag mislukken, mits er een les uit wordt getrokken en deze kennis wordt gedeeld. Durf daarna opnieuw te experimenteren.” Plasterk, zelf ooit werkzaam in een laboratorium, sprak verder over het plezier van experimenteren. “Werkdruk is leuk wanneer je ergens aan werkt, waarvan jij denkt dat het goed is.” Tot slot, sprak de minister een lofzang uit voor alle vernieuwende initiatieven.

De hamvraag
De vernieuwers van het onderwijs kregen waarvoor ze waren gekomen. Waardering en vertrouwen van voorname personen uit het onderwijs, uitwisseling van waardevolle kennis en ideeën, en een platform van medevernieuwers. Slechts één vraag bleef onbeantwoord: hoe krijgen vernieuwers anderen mee met hun initiatieven? Mogelijk zorgt de 20 miljoen euro van minister Plasterk voor een oplossing. Zeker is, dat de conferentie een positieve stap in de richting van verdere onderwijsvernieuwing is.
Werksessies:

#1 InnovatieImpuls
Onder begeleiding van Joëlla Kouwelaar (OCW) en Olivier Zwolsman (WVH) ging aan het einde van de ochtend de eerste mini-DeepDive van start. Tijdens deze één uur durende sessie lag de nadruk op het met elkaar invulling geven aan de InnovatieImpuls, een nieuwe subsidieregeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Creatief proces
Binnen een mum van tijd waren de vijf aanwezige tafels gevuld met een scala aan onderwijzers uit alle hoeken van het land. Direct ontstonden gesprekken, werden problemen benoemd, ervaringen gedeeld en maakte een enkeling alvast een afspraakje voor het speeddaten. De zesde tafel prijkte in het midden van de sobere vergaderruimte en verraadde dat de aanwezigen in een creatief proces waren beland. Kleurig crêpepapier werd afgewisseld met grote rollen zilverfolie, strandemmertjes deden dienst als blokkendoos, klei en stressballen lagen kriskras door het geheel en ook de knip-en-plak-spullen lagen in de aanslag voor het brainstormproces.

Discussies aan tafel
Alhoewel de groepen de eerste tien minuten wat voorzichtig waren met alle materialen, vlogen de gele post-it notes de deelnemers na een half uur om de oren en zweefden zelf gevouwen vliegtuigjes in het rond. De vernieuwers van het onderwijs brandden los. Joëlla Kouwelaar maakte van de gelegenheid gebruik om bij de groepen aan te schuiven en de discussie aan tafel op te zoeken.

Heldere visie
Na 45 minuten begonnen de presentaties en werd het direct duidelijk dat we niet zomaar met innovatoren te maken hadden. Alle deelnemers bruisten van energie en het ontbrak niemand aan een heldere visie. Het chaotische begin van de brainstorm werd omgezet in een heldere uiteenzetting van persoonlijke ervaringen en gezamenlijke standpunten. Deze ontwerpsessie, waarbij de nadruk lag op het samen denken, bleek een waardevolle aanvulling van de dag.

#2 Onderzoek: verzamelen van evidence
Er zijn volop interventies en projecten, die de kwaliteit van het onderwijs pogen te verbeteren. Alleen met goed onderzoek weet je of deze initiatieven ook effectief zijn. Het doel van deze sessie was kennis en ervaringen uitwisselen op het gebied van onderzoek binnen het klaslokaal.
Onder het toeziend oog van moderator Robbert Dijkgraaf werden eerst twee onderzoeken behandeld. Het betrof een onderzoek naar de rol van ICT bij de ontwikkeling van respectievelijk taal en rekenen. Het rekenonderzoek was nog niet afgerond, maar Gerrit Brouwer van het Twents Carmel College kon uit zijn taalonderzoek alvast twee conclusies trekken:

  1. Een taalles van een docent voor de klas of vanaf een ICT-programma achter de computer is net zo effectief.
  2. ICT is in staat de werkdruk van docenten te verlagen.

In het gesprek dat volgde, concludeerde men dat zorgvuldig onderzoek veel oplevert en weerstanden wegneemt. Onderzoek kan vooringenomen ideeën doorbreken, zoals de angst van docenten dat ze door computersoftware worden vervangen.
Velen vonden dat onderwijs en onderzoek eigenlijk in één adem genoemd moeten worden. Verder was iedereen het erover eens dat onderzoeksresultaten en bevindingen breed moeten worden verkondigd.
Ondanks de positieve houding tegenover onderzoek, is er een groot gebrek aan. Met name in het basisonderwijs. Docenten zouden daarom van zichzelf (nog meer) een onderzoekende rol moeten innemen.

De meerwaarde van een onderzoek werd vervolgens uitgedrukt in vijf punten:

  1. meten is weten;
  2. positieve houding tegenover innovatie;
  3. werken vanuit een heldere doelstelling;
  4. positief effect naar andere actoren;
  5. geeft richting aan ontwikkeling.

#6 Scholen leren van elkaar
Ongeveer 25 personen werden verdeeld over vier groepen en gingen met elkaar in gesprek over innovaties in het onderwijs. Vragen als, “Welke initiatieven heb je doorgevoerd?”, “Waar liep je tegen aan?”, “Wat heb je ervan geleerd?” en “Wat heb je nodig als vernieuwer?”, passeerden de revue.

Voor alle aanwezigen was het duidelijk: innovatie in het onderwijs is noodzakelijk en er zijn voldoende initiatieven, maar het wordt niet door een breed publiek gedragen. Een mogelijke verbetering zou bij OCW liggen, waar beslissingen worden gemaakt door oude bestuurders in plaats van jonge mensen uit het onderwijs. Maar de centrale vraag die bleef terugkomen was: “Hoe krijg je andere docenten zover om mee te gaan in het proces van innovatie?”

Meerdere onderwerpen werden behandeld en hieronder staan enkele van de belangrijkste punten:

  • Waardering: de miljoenen overheidssteun zijn een positief gebaar en een stimulans voor onderwijsinnovatie. De enige kanttekening die bij het bedrag werd gezet, is welke verdeelsleutel wordt toegepast. Daarnaast onderstreept men dat een compliment of een blijk van waardering belangrijker is dan een financiële bijdrage.
  • Imago: volgens Joke Middelbeek van Stichting Klasse is er geen docententekort, maar een slecht imago. “We zouden slechte docenten moeten durven aanspreken op hun tekortkomingen”, aldus Middelbeek. Ook worden docenten niet beloond voor hun innovatie, maar voor de duur dat ze in het onderwijs zitten. Middelbeek noemt het een ‘self killing system’. Tot slot worden docenten in het onderwijs alleen gezien als leerkracht en niet als mens.
  • Innovatie: in het onderwijs sterft innovatie vaak een vroege dood. Niet vanwege een gebrek aan ideeën, maar doordat collega-docenten te weinig of geen steun bieden. Openlijke waardering en erkenning zijn daarom van groot belang.
    Als er ruimte wordt geboden voor innovatie zal deze stapje voor stapje moeten worden doorgevoerd. Een platform voor innoverende krachten in het onderwijs acht iedereen als zeer waardevol.

#7 Leren van innovatie binnen andere sectoren
Gedurende de conferentie werd de roep van de aanwezigen steeds groter dat onderwijs zich meer moet inzetten voor onderlinge kennisdeling. Paul Rutten en Wiebe Draijer van McKinsey gebruikten deze dag om samen met de aanwezigen verbanden te leggen tussen het onderwijs en andere sectoren. Een populaire sessie zo bleek, waarbij kennisdeling centraal stond.

Vragen uit het onderwijs
De sessie ging van start met de vraag wat de aanwezigen wilden weten. Vragen als: “Kent het onderwijs haar doelgroep nog wel?”, “Hoe overbrug je de kloof tussen early adapters & majority?”, “Big Bang of olievlek?” en “Hoe gaan ze in andere sectoren met personeelstekorten om?”, passeerden de revue. Binnen tien minuten waren er zo’n twintig vragen verzameld en besloten de heren van McKinsey de resterende tijd te gebruiken om hun kennis en ervaringen met de aanwezigen uit te wisselen.

Creativiteit in het onderwijs
Direct bleek dat we hier te maken hadden met een pragmatisch tweetal dat verstand van zaken heeft. Modellen werden getoond en vervolgens toegepast op het onderwijs, waarbij de gestelde vragen één voor één werden beantwoord. Voorbeelden werden afgewisseld met anekdotes uit Australië, Azië en Europa. Ook werd benadrukt dat het onderwijs creatief te werk moet gaan en slimmer moet handelen in het schrijnende tekort van leerkrachten. Een slimme detacheerder, die ten tijde van de ontslagrondes bij de Engelse grootbank Barclays besloot het pand tegenover de bank te huren, diende ter illustratie. Door deze actie werden in een week tijd talloze hoogopgeleide en zeer ervaren medewerkers voor het onderwijs binnen gehaald. “Zo kan het dus ook”.

Scholen als professionele organisatie
De sessie werd afgesloten met een opmerking van Draijer: “Scholen kunnen ook gerund worden als professionele organisaties met een transparant systeem”. Rutten voegde hieraan toe dat “scholen docenten moeten gaan aannemen die passen bij de visie van de school en die de vrijheid krijgen om zelf beslissingen te nemen”. Zoals in iedere beroepsgroep moet onderprestatie adresseerbaar zijn en is opschoning belangrijk. Geheel in stijl van de roep om kennisdeling sloten Rutten en Draijer af met de waarschuwing dat vaak blijkt dat het juist de leiding is die niet bij de buren kijkt, “Zij moeten juist over de schutting kijken!”.